Uit eerbied voor het Woord en uit liefde tot de lezer.

Vooraf

Het is mij een genoegen bij de presentatie van de herziening van het volledige Nieuwe Testament enkele woorden te mogen spreken.
Met belangstelling heb ik gedurende meer dan een jaar de NBV elke morgen gelezen. Ik kon er niet in thuis raken. Juist daarom heb ik uitgezien naar de herziening, nu dan van het Nieuwe Testament. De eerste deeluitgave met twaalf herziene bijbelboeken deed mij uitzien naar meer. Vandaag is het dan zover. Het Nieuwe Testament is in herziening klaar. Zoals verderop in mijn korte introductie-woord blijkt heb ik kennis kunnen nemen van de brief aan de Romeinen en van enkele hoofdstukken uit 1 Korinthe. Die hoofdstukken heb ik met genoegen en met instemming gelezen.

Kritiek

Er is van twee kanten kritiek op het project van de Herziening van de Statenvertaling. Eigenlijk vind ik de term project niet zo geschikt om de intentie van de herziening te typeren. Alle medewerkers hebben de arbeid gezien als een taak, ten dienste van hen die de Bijbel lezen. En ten diepste als een dienst aan het Woord van God.
Niettemin is er bezwaar en wel van twee kanten. Ik tracht de bezwaren te omschrijven en ze te wegen ten overstaan van de intentie van de medewerkers.

De NBV

Allereerst is daar de kritiek van degenen die zich ingezet hebben voor de nu twee jaar geleden gereed gekomen NBV. Er moest een totaal nieuwe (dat woord staat in de titel dan ook voorop) Bijbelvertaling komen. Eigentijds, zelfs met woorden waarin de diepte van de oorspronkelijke taal wordt gemist. Beter gezegd: bewust wordt losgelaten.
Ik zal geen voorbeelden geven. Deed ik dat wel dan zou ik de indruk kunnen wekken deze presentatie te gebruiken, zeg te misbruiken om de NBV te bestrijden. Er is ook van onze zijde reeds het een en ander over gezegd en geschreven.
Dus een eigentijdse vertaling waarin het idioom en de eigenheid van het Bijbelse woordgebruik wordt ingeruild voor moderne termen -althans voor een groot deel-, als gevolg waarvan het specifiek bijbelse gedachtegoed wordt losgelaten. Let wel niet alleen taalkundig, maar vooral inhoudelijk. Daarmee wordt de kleur en de diepte veranderd. Dat betekent van de zijde van de NBV: men heeft geen behoefte aan een HSV, ziet die eerder als niet nodig en uit de tijd, gezien het moderne denkklimaat.

Kritiek van een andere kant

En dan de kritiek van de tegenover gestelde zijde. Daar hecht men aan het woordgebruik van de Statenvertaling, ook al gaat het om woorden die we zo niet meer gebruiken. Onze jongeren kennen ze niet meer. Je kunt ze in een preek toelichten. Toch rijst de vraag: waarom niet een hedendaags woord gebruikt, dat zonder nadere toelichting verstaan wordt en dat dezelfde inhoud en diepte heeft als in de Statenvertaling.
Ik kom op dit verschil straks nog terug. Nu typeer ik degenen die kritiek hebben op de HSV als mensen die van de oorspronkelijke SV-tekst een canon maken en daarom geen verandering in vertaling wensen. Ze willen van de motieven en de juistheid van een vertaling in hedendaags Nederlands niet eens onder ogen zien, laat staan toetsend onderzoeken.
De vertaling van de Statenvertalers wordt tot een canon voor het Nederlands in de 21ste eeuw.
Meer dan vijftig jaar heb ik het voorrecht preken te mogen en te moeten maken. Vanaf het begin van de vijftiger jaren heb ik -naar ik met voldoening zeg- de goede gewoonte om de kanttekeningen op de Statenvertaling te raadplegen. Met dankbaarheid zeg ik dat in het licht van het gebruik van hedendaagse en ook oudere commentaren, zeker 75 procent van de kanttekeningen de onderzoeker op het juiste spoor zetten. Niet zelden heb ik de kanttekeningen ervaren als een eye-opener om de intentie en de essentie van de tekst te verstaan. Daarom raadpleeg ik nog altijd met dankbaarheid de kanttekeningen op de Statenvertaling naast de meest recente commentaren. Ik heb het de studenten ook meermalen aanbevolen.
Maar toch, meer dan eens moest ik constateren dat de kanttekeningen zelf een nadere uitleg dan die waarvoor zij kozen, mogelijk achtten. Dat betekent dat aan de lezer een dubbele optie wordt voorgelegd. De broeders uit zeventiende eeuw deden wel een keus, maar sloten een alternatieve uitleg niet uit. Hoezeer de hedendaagse gebruiker dan voor het dilemma van de statenvertalers wordt geplaatst. Men onderschatte de moeite daarvan niet. Ik was met zulke opmerkingen als een toelichtende verklaring toch blij. Deze eerlijkheid bevestigt mij in de stelling dat we met de Statenvertaling als vertaling geen canon in handen hebben, doch met een vertaling van de Heilige Schrift, die wij als canon voor geloof en handelen aanvaarden.

Een vertaling is tijdgebonden.

Omdat de vertaling werk van mensen is, zit daarin altijd iets tijdgebonden. Dat kan ook niet anders. In de zeventiende eeuw kon men alleen die woorden en zelfs zinsconstructies gebruiken, die toen gangbaar waren. Iedere middelbare scholier, die vanuit een andere taal in het Nederlands leert vertalen, begrijpt dat hij of zij dat niet moet doen in 17e eeuws, maar in hedendaags Nederlands.
Hier staan we op een kruispunt. U kunt ook zeggen op een snijpunt van een vertaling uit de zeventiende en uit de eenentwintigste eeuw.
Wil men het project -ik gebruik die term toch even- van de HSV recht doen dan gelieve men zich op dit kruispunt te plaatsen. Wat de critici ter rechterzijde -met excuus voor deze aanduiding- beogen, is het ontkennen van het door mij geschetste kruispunt. Zij lopen linea recta van de zeventiende naar de eenentwintigste eeuw -mijns inziens met miskenning van het levende karakter van onze taal. Juist het levend karakter van een taal vertoont nu eenmaal een ontwikkeling en dus verandering.

De HSV

Nu ik de kritiek van beide kanten heb geprobeerd in herkomst en motivatie te typeren, richt ik me tot de HSV, gesitueerd op het door mij aangegeven kruispunt van lijnen.
Wat beweegt degenen die actief hebben bijgedragen aan deze herziening? Ik omschrijf hun arbeid als die van moeite, ingrijpende tijdsbesteding en van gebed. Ik weet dat dit werk individueel en gemeenschappelijk met gebeden, ook in kerkdiensten, daarbuiten des te meer, is omringd.

Tweeërlei motivering

De motivering is tweeërlei: Beter gezegd het werk is voortgekomen uit twee kanten van eenzelfde motivatie. Namelijk uit eerbied voor het Woord van God als canon voor geloof en leven. Geen verandering van de inhoud door de herziening.. Geen verlies van hoogte of diepte in woorden, begrippen of zinsconstructies-om daarmee toch dichterbij de lezer te komen;of hem zelf in het gevlei te komen. Neen, recht te doen aan het oorspronkelijk geschrevene om dat in taal en zinsconstructies van onze tijd bij de lezer te doen overkomen.
Dus eerbied voor het Woord van God. De herzieners zijn -mag ik het zo zeggen- door dezelfde eerbied voor het Woord van God gedreven als de vertalers in de zeventiende eeuw. Dus die van de Statenvertaling.
Het gaat niet om nieuwlichterij of aanpassing van het geschrevene aan de religieuze smaak van de hedendaagse mens. Neen, het gaat om de boodschap van de Bijbel in poëzie en profetie, in verkondiging en in vermaan, verstaanbaar te doen klinken voor de mens van de eenentwintigste eeuw.
Diepe eerbied voor het door God gegeven en geschreven Woord heeft de medewerkers niet minder dan de initiatiefnemers gedreven.

Uitgangspunt en norm

Op het kruispunt tussen van de oorspronkelijke tekst en een hedendaagse herziening is dat de positie, dus het uitgangspunt en de norm voor de herzieners.
Men wil aan de boodschap, in welke literatuurvorm ook overgeleverd, niets veranderen noch iets daarvan afdoen, om het de hedendaagse mens gemakkelijker te maken tot geloof in de God de Vader van Jezus Christus te komen. Dat blijft immers evenals de Schrift zelf het werk van de Heilige Geest -hoewel de Geest voor beide mensen gebruikt. De eerbied voor het Woord drijft alle medewerkers tot een zo getrouw mogelijk weergeven van het oorspronkelijk geschrevene.

De keerzij

De keerzij van dit motief is de liefde tot de lezer -hoorder. Dit is geen apart motief. Het gaat om twee in een. Immers het Woord is bestemd om gelezen gehoord, en gepredikt te worden. Het Woord klinkt niet in het luchtledige. Het is geadresseerd. Het heeft het adres in zich: een verloren zondaarshart, in enkelvoud en in meervoud. We aarzelen niet om het met een oude term uit te drukken die ik in de preken van mijn vader hoorde, een in zichzelf verloren zondaar.
Daarom brengt de eerbied voor het Woord mee de liefde tot de lezer-hoorder. Dit zijn geen twee afzonderlijke na te streven doeleinden, maar - mag ik het zo zeggen -twee in een. Het Woord is bestemd voor de lezer. En de lezer -luisteraar is aangewezen op het Woord. We kunnen het ook zo zeggen: God heeft de lezer -luisteraar op het oog. Hij legt in het Woord zijn hart bloot. Door de Geest mag een zondaar daarin zien en de harteklop van zijn zondaarsliefde voelen.
En ook andersom: wat zou het Woord kunnen betekenen, als het niet op het hart van zondige mensen was gericht? U voelt dat de titel van mijn toespraak bij deze presentatie een diepe eenheid is. Ik tracht daarin te vertolken hoe ikzelf als dienaar van het Woord meer dan vijftig jaar de Schrift heb gelezen en haar boodschap heb verkondigd -uit eerbied voor het Woord en uit liefde tot de hoorder-lezer.

Nu de praktijk

En nu de praktijk van het project, wilt u het resultaat. Met het oog op deze presentatie heb ik de drukproef gekregen van Paulus' brief aan de Romeinen en van een deel van de eerste Korinthebrief. Geruime tijd heb mijn Bijbellezing -u kunt ook zeggen mijn dagelijkse Bijbelstudie- gevuld met het naast elkaar leggen van de Statenvertaling en de HSV, althans daar begon ik de dag mee om daarna een hoofdstuk te lezen volgens een bepaald Bijbelrooster.
Ik las een hoofdstuk per dag, vers voor vers -eerst in het HSV en dan in de Statenvertaling. Alle woorden of constructies die veranderd waren heb ik onderstreept. Daardoor kon per pagina snel overzien wat er veranderd was en wat er eventueel ter verduidelijking was ingevoegd.
Het zou interessant zijn die bladzijden met onderstreping hier te projecteren.

Ik noem nu Romeinen 1:14

SVBij de Grieken en barbaren wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar.
HSVIk sta in de schuld bij Grieken en niet-Grieken, bij wijzen en onverstandigen.

Ik lees ook Romeinen 1:15

SVAlzo hetgeen in mij is, dat is volvaardig om u ook, die te Rome zijt, het Evangelie te verkondigen.
HSVZo voel ik mij van mijn kant gedrongen, ook u die in Rome bent, het Evangelie te verkondigen.

U hoort en voelt: geen wezenlijke verandering. Wel een formulering die de hedendaagse lezer zo in het hoofd en het hart sluit. De tekst is directer en daardoor ook toegankelijker geworden.

Ik lees Romeinen 6:5

SVWant indien wij met Hem een plant geworden zijn, in de gelijkmaking zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking zijner opstanding.
HSVWant als wij met Hem een plant geworden zijn, gelijk gemaakt aan Hem in zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in zijn opstanding.

Een beter verstaanbaar taalgebruik met dezelfde grondwoorden in een hedendaagse versie.

Ik geef nog twee voorbeelden uit 1 Korinthe.

Ik lees 1 Korinthe 1:10

SVMaar ik bid u, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin, in een zelfde gevoelen.
HSVMaar ik roep u ertoe op, broeders, omwille van de Naam van onze Heere Jezus Christus dat u allen uit één mond spreekt* en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, een van denken en één van gevoelen.
Noot : letterlijk - hetzelfde spreekt

Ik lees verder 1 Korinthe 15:52

SVIn een punt des tijds, in een opgenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
HSVIn een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden en ook wij zullen veranderd worden.

Ik zou van hoofdstuk tot hoofdstuk voorbeelden kunnen geven, waarin dezelfde grondwoorden gebruikt blijven worden.

Mijn conclusie

Mag ik de conclusie van mijn indruk die zich al lezend heeft gevormd, aldus omschrijven: wij blijven met deze herziening in de sfeer van de Statenvertaling. Ik typeer die als eerbiedig en gedragen, als die van een boek met eigen, heilige boodschap.
De woordkeus, ook in de HSV, houdt ons in dezelfde sfeer van diep ontzag voor de boodschap van Godswege over zonde en genade, over verlossing en de Verlosser, over het werk van de Heilige Geest in de schepping en de herschepping.
Mag ik het zo zeggen: in wat mij onder ogen kwam ontmoet ik de spiritualiteit van de Statenvertaling. Die komt uit in eerbied voor het Woord en in liefde voor de lezer-luisteraar,
Natuurlijk zullen er ook in het HSV gebreken geconstateerd worden. Sommige delen van verzen zullen nogmaals herzien moeten worden. Deze herziening is als herziening geen canon evenmin als de Statenvertaling.
Wij blijven echter in de sfeer van de spiritualiteit van de Statenvertaling.
Aan beide kleeft de vreemdelingschap waartoe we door haar boodschap worden opgeroepen.
We schamen ons voor die vreemdelingschap niet. We beleven de vreemdelingschap met de HSV.
Wat er ook veranderd is, in elk geval niet de intentie, de presentie en de proclamatie van het Woord, als het kerygma van God aan de mens van alle tijden.

Tenslotte wil ik u met nadruk zeggen dat we hopen en bidden dat door deze herziening de aandacht van de huidige en van de toekomstige generatie behouden blijft bij de herziene Statenvertaling.
We zijn dank verschuldigd aan allen die zich hiervoor hebben ingespannen. Dankbaarheid door biddend gebruik van de HSV is het voornaamste wat we de herzieners en de mensen om hen heen kunnen bieden.
Dit is met eerbied voor de boodschap en uit liefde tot de mens die onze taal gebruikt en verstaan, het Woord van God in Nederland van 2006 en verder.

Ik dank u.

W.H.Velema.