Geachte aanwezigen,

Er zijn in ons leven gebeurtenissen die we maar één keer meemaken maar ook regelmatig terugkerende bijzondere momenten waarbij we stil staan. Te denken valt aan een jubileum en aan een verjaardag. Eenmalig of telkens weer.
Vanmorgen bewegen we ons naar mijn gevoelen een beetje tussen beide mogelijkheden in.
Het is duidelijk dat met de tweede deeluitgave die vandaag gepresenteerd wordt onze doelstelling niet volledig is bereikt. Er wacht nog een groot gedeelte van het Oude Testament op herziening. Toch is de tweede deeluitgave meer dan een simpel vervolg op de eerste. Immers vanmorgen krijgen we het volledige Nieuwe Testament in handen met daarbij gevoegd na Genesis en Psalmen twee nieuwe hertaalde boeken van het Oude Testament namelijk Exodus en Deuteronomium.

Zowel uit het Oude als uit het Nieuwe Testament is ons voorgelezen. Met dank aan twee jongeren als vertegenwoordigers van de opkomende generatie klonken Deuteronomium 6: 1 – 13 en 2 Petrus 1: 10 – 21. Woorden van de Heere uit de mond van Mozes aan het einde van de woestijntocht en woorden van een bekende apostel van Jezus Christus. Het klonk nieuw en toch oud. Het is de Statenvertaling in een 21e- eeuwse toonzetting. Of wel: er klinkt verbondenheid met ons voorgeslacht in door en er is de aansluiting met de tijd waarin we leven.
We willen daarin niet alleen verbondenheid met ons voorgeslacht in de vertaling onderstrepen maar ook verbondenheid met het oude en blijvende Woord van God.
Nieuwlichterij is ons vreemd. Continuïteit met het gereformeerde belijden is ons lief. Gehoorzaamheid aan het ons geschonken Woord van God is ons uitgangspunt.
Ons verlangen is dat de Heere aan het Woord komt als we de bijbel ter hand nemen. Ons belijden is dat Hij onveranderlijk is. En dat Hij het werk van Zijn hand niet loslaat. Nog steeds de opdracht geeft Zijn getuigenis te laten klinken tot aan de einden van de aarde. En dat van geslacht tot geslacht.

We willen daarom luisteren naar het ons getekende vaste fundament van de profeten en de apostelen waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.
In de woestijn riep Mozes niet toen alleen het verzamelde volk Israël toe de geboden van de Heere te houden en de Heere, hun God, te vrezen. Dat appèl ging ook uit naar hun kinderen en hun kleinkinderen alle dagen van hun leven.
Zo juist werd het ons voorgelezen: Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom moet u Hem liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw kracht.
Geldt niet evenzeer voor vandaag: U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken?
Immers wat God reeds getuigde na de zondvloed klinkt door tot op vandaag: de gedachtenvorming (het gedichtsel, SV) van het hart van de mens is slecht van zijn jeugd af.
Deze ernst van het Woord moet gehoord worden. Dat mag ons allen zwaar op het hart liggen en door persoonlijk belijden erkend worden. Daar kan niets aan toe gedaan worden. Daar mag niets van af gedaan worden. Wat is een mens zonder kennis van God en Zijn Woord?

Daarom gebruiken we hulpmiddelen. In welk gezin is er geen kleuter- of kinderbijbel? Zo proberen we onze kinderen te leiden tot het besef van heilige eerbied voor de Heere maar ook tot de met innerlijke ontferming bewogen Heiland: Jezus Christus. Het gebed om de verlichting met en de doorwerking van de Heilige Geest is daarbij onmisbaar.
Van de grote heidenapostel Paulus leren we dat hij zijn hoge roeping uitvoert met de listigheid van de slangen en de oprechtheid van de duiven. En hij verlangt voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek te zijn.
Het geeft iets weer van ons verlangen bij de uitgave van de Herziene Statenvertaling.
We leven in een snel veranderende samenleving. Voor de kerk gaat er soms een bedreiging uit van de omslag van een leescultuur naar een beeldcultuur. Sms-taal wordt beter verstaan dan verheven getuigenissen en verwoordingen en uitbeeldingen uit een tijd en wereld die grotendeels de onze niet is. Een diepe kloof tekent zich af. Het heeft de initiatiefnemers tot herziening van de Statenvertaling gedrongen om iets te doen. Daarbij spreken we uit: Het Woord is ons lief, onze kinderen zijn ons lief, het behoud van mensen in deze wereld is ons lief.

Ik voeg toe en herhaal nog een keer: Ons gereformeerd belijden is ons lief. Wij willen en kunnen daarvan geen afscheid nemen. Brengt het ons in een spagaat? Gelukkig niet. Het heeft ons aan het werk gezet.
Met toenemende vrijmoedigheid zowel bij bestuur als medewerkers.
In grote eensgezindheid. Onderlinge verdeeldheid kennen we niet.
Met bewonderenswaardige inzet van velen. Sommigen van ons hebben een volledige dagtaak en investeren kostbare vrije tijd. Anderen offeren de verkregen rust na een intensieve loopbaan op voor ons werk.
Voor dat alles danken wij de Heere. Dat past ons op deze bijzondere dag. Hij gaf ruimte. Hij gaf kracht. Hij gaf onderlinge verbondenheid in onze versplinterde kerken.
Ik waag de stelling dat ons werk niet verdeelt maar verenigt. Namelijk al die mensen die belijden dat wij het profetisch woord hebben, dat vast en zeker is. De oog- en oorgetuige Petrus is er vol van. Hij moest met dat getuigenis uitgaan. Over de grenzen van Israël naar de heidenen. Het was voor hemzelf een leerproces. Ook de heidenen zijn bij God in tel. Het leidde tot een synodeuitspraak in Jeruzalem dat God de tabernakel van David, die vervallen is, weer zal opbouwen, opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken en alle heidenen over wie Zijn Naam is uitgeroepen, zoals we lezen in Handelingen 15 .
En Jakobus oordeelt op die synode dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken. Het heeft de vergadering goed gedacht geen verdere last op te leggen dan enkele noodzakelijke dingen. Een voorbeeld van een synodebesluit dat gekenmerkt wordt door zowel evangelische bewogenheid en ruimhartigheid als bijbelse standvastigheid.
Want het profetische woord is vast en zeker en we doen goed daarop acht te slaan als op een licht dat schijnt in een duistere plaats.

Het zal ons een vreugde zijn als met onze uitgave een taalkundige heuvel afgevlakt is en oude zinswendingen als stenen op de weg terzijde geschoven zijn. Opdat de profetie van Oude en Nieuwe Testament krachtig mag klinken in een tijd van verschillende godsdiensten, allerlei vormen van geloof en vreemde uitingen van religiositeit.
Voor ons staat vast dat we geen kunstig bedachte mythen gevolgd zijn met het aanreiken van deze hertaling. Het gaat om de kracht en de toekomst van onze Heere Jezus Christus vergezeld van het gebed dat Hij de morgenster laat opgaan in het hart van velen.

Geachte aanwezigen. Het verheugt ons dat u er bent. Velen van onze medewerkers zijn hier aanwezig. Na de Heere danken wij ook u voor alle getoonde betrokkenheid en de grote inzet die u gaf. Het doet ons goed vertegenwoordigers van kerken, kerkenraden en kerkelijke en interkerkelijke organisaties te mogen ontmoeten. Via vertegenwoordigers uit België zijn we als een internationaal gezelschap bijeen.
Na het zingen van Psalm 78: 2 nodig ik u uit te luisteren naar de referaten van prof. dr. W.H. Velema en dr. R. de Blois. Hoe hun betrokkenheid is bij de Herziene Statenvertaling zullen zij zelf aangeven.

Gouda, 9 december 2006
ds. B.J. van Vreeswijk.