ANTI-BEVINDELIJK?

In het laatste nummer van het blad “Standvastig” wijdt de heer L.M.P. Scholten een artikel aan Psalm 46:2 uit de deeluitgave van de Herziening van de Statenvertaling. De Statenvertaling zegt daar:
God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtiglijk bevonden een Hulp in benauwdheden.
In de eerste deeluitgave van de HSV staat nu:
God is ons een toevlucht en sterkte; in benauwdheid is Hij een krachtige hulp gebleken.

“Bevonden”
Scholten heeft grote moeite met het feit dat het woordje “bevinden” verdwenen is. Hij schrijft onder meer: “Wat ontzaglijk slap is dan het woord ‘gebleken’. Werkelijk onbegrijpelijk dat men daarvoor gekozen heeft in de Herziene Statenvertaling. Is bevinden dan soms een moeilijk woord? ... Of is het toch een verborgen afkeer van het bevindelijke, die zich hier openbaart?”
Dat is forse taal en dwingt bijna tot verantwoording! Wat betekent “bevinden” zoals we dat in de Statenvertaling tegenkomen? Trommius geeft een aantal teksten waar we in het Oude Testament het woord “bevinden” tegenkomen: 1 Kon. 1:52, 2 Kon. 12:5; 17:4, 1 Kron. 20:2, Est.2:23,Job 5:24-25, Ps.36:3 en Ps. 46:2, Jer.11:9 en Ez. 6:14.
Als we deze teksten doorlezen krijgen we bepaald niet de indruk dat het woordje “bevinden” voor de statenvertalers de geestelijke lading had die het heden ten dage binnen de Gereformeerde Gezindte heeft en die het volgens Scholten in Ps. 46 ook zou moeten hebben. Integendeel, in de meeste gevallen kan het Hebreeuwse werkwoord dat hier gebruikt wordt, vertaald worden met “(op)merken”, “aantreffen”, “constateren”[1], en wordt de duidelijkheid van de tekst hierdoor in grote mate bevorderd. (We laten het Nieuwe Testament nu even buiten beschouwing, omdat het daar om andere grondwoorden gaat.)

Scholten haalt een hele reeks andere teksten aan (Jer. 29:12-14, Job 23:3, Deut. 4:29,30, 2 Kron. 15:4, Jes. 65:1). Het valt ons echter op dat de statenvertalers hier overal gewoon “vinden” vertaald hebben. Als je een lans wilt breken voor het gebruik van het woord “bevinden” kom je met deze voorbeelden niet ver. Overigens stelt de heer Scholten wel wat al te simpel dat het Hebreeuwse grondwoord matsa’ in het Nederlands met “(be)vinden” vertaald moet worden. De statenvertalers hadden dat goed door. Zo vertaalden zij dit ene grondwoord met “voorhanden zijn” (Gen. 19:15), “overkomen” (Gen. 44:34), “ontmoeten” (Ex. 18:8), “vatten” (Ex. 22:5), “genoeg zijn” (Num. 11:22), “krijgen” (Num. 31:50), “treffen” (Deut. 4:30), “wedervaren” (Joz. 2:23), “zoeken” (1 Sam. 20:21), enz. De statenvertalers hielden dus ook rekening met het tekstverband waarin het woord staat (contextueel). Daarmee zijn zij minder concordant in hun vertalen dan wel eens beweerd wordt.

Laten we daarom nog eens naar Psalm 46 kijken. Hier gebruiken de statenvertalers immers het woordje waar het om gaat: “bevinden”. De statenvertalers geven zelf in hun kanttekeningen (door Scholten geciteerd) al aan dat het hier eigenlijk om “vinden” gaat. Het alternatief dat door de kanttekening voorgesteld wordt is ook in de King James Version gebruikt: “a very present help in trouble”. Deze zeer gewaardeerde vertaling gebruikt ook het begrip “bevinding” niet en wordt door de statenvertalers met kennelijke instemming geciteerd. Bij de vertalers van de KJV is zeker geen afkeer van bevinding te constateren. Zou dit voor de herzieners van de SV wel gelden?

Daar komt nog iets bij. Scholten heeft een citaat vergeten. Achter het woordje “bevonden” staat ook nog een verwijzing naar een kanttekening. De Statenvertalers stellen daar namelijk nog een ander alternatief voor, namelijk “genoegzaam” en verwijzen naar de manier waarop zij het Hebreeuwse grondwoord in Numeri 11:22 vertaald hebben. Dan zou je dus naar alle waarschijnlijkheid een tekst krijgen als “Hij is krachtiglijk genoegzaam een hulp in benauwdheden.” Dit geeft de indruk dat de Statenvertalers genuanceerd met dit vers omgaan. Naar onze gedachten genuanceerder dan Scholten.

“Krachtiglijk”
Scholten beweert dat “krachtiglijk” een bijwoord is bij “bevonden”. Zo simpel ligt dat niet, want het Hebreeuwse woord is een zelfstandig naamwoord met de betekenis van ‘kracht’ of ‘vermogen’(zie in dit verband Deut.6:5). In de meeste passages van het Oude Testament wordt het woord bijwoordelijk gebruikt en krijgt het de betekenis van ‘met kracht’ oftewel ‘zeer’. De statenvertalers gaven in Ps. 46 eigenlijk ook de voorkeur aan de lezing ‘zeer’, maar ze hebben in dit verband voor'" krachtiglijk" gekozen. De herzieners hebben gemeend dit vers iets anders te moeten lezen. In plaats van het woordje bijwoordelijk te gebruiken bij “gevonden/gebleken” hebben zij het als zelfstandig naamwoord gelezen en het bijvoeglijk gebruikt bij “hulp/helper”.
Nu kan men over deze keuze met de herzieners van mening verschillen, maar van een grove fout is hier absoluut geen sprake.

“Benauwdheden”
De derde “grove fout” die Scholten meende aan te treffen heeft betrekking op het woord “benauwdheden.” Inderdaad, het Hebreeuws heeft hier meervoud. Maar dat is typisch het Hebreeuwse taaleigen. De Psalmist wil hiermee naar alle waarschijnlijkheid zeggen dat de Heere telkens weer opnieuw een helper in benauwdheid is. “Benauwdheden” is niet alleen geen goed Nederlands meer, het heeft ook niet dezelfde betekeniswaarde. Daarom is de versie van de HSV goed te verdedigen. Men zou het hooguit nog iets aan kunnen scherpen: “in tijden van benauwdheid”. Overigens heeft de King James Version hier ook geen meervoud. De herzieners bevinden zich in goed gezelschap.

Conclusie
Scholten heeft drie “grove fouten” en “elementaire ontsporingen” in de herziene versie van Ps. 46:2 geconstateerd. We willen aantonen dat daar geen sprake van is. Bij de herziening van de Statenvertaling is het van belang dat er op een constructieve wijze meegedacht wordt en zijn adviezen waardevol, maar de toon en de teneur waarop Scholten zijn opmerkingen verwoordt dragen daar niet aan bij. Zijn argumentatie is bovendien niet sterk en zijn conclusies zijn aanvechtbaar. Wat ons zou moeten binden is een gezamenlijk verlangen dat de Schrift met diepe eerbied gehoord mag worden en ook bevindelijk begrepen. We belijden toch met elkaar de noodzaak van de werking van Woord en Geest?

Namens het bestuur van de HSV:

Ds.B.J. van Vreeswijk, voorzitter
Drs.I.A.Kole, secretaris